CDA en Partij voor de Dieren: provincie moet waterschap als waterautoriteit en gebiedskennis beter benutten

Door de Redactie · 31 augustus 2026

De fracties van de Partij voor de Dieren (PvdD) en het CDA in het algemeen bestuur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) hebben ieder een eigen zienswijze ingediend op de ontwerp-Omgevingsvisie van Noord-Holland. De fracties maken vanuit hun eigen politieke overtuiging verschillende keuzes, maar vinden elkaar in de noodzaak van een sterke rol voor het waterschap en het benutten van kennis uit het gebied.

Dat beide fracties hierover samen naar buiten treden, is opvallend. Frank Frowijn (CDA): “We verschillen in aanpak en uitgangspunten.” Fabian Zoon (PvdD) vult aan: “Maar we vinden elkaar in de urgentie en de noodzaak van een goede visie.”

Het principe ‘water en bodem sturend’ staat wel in de ontwerpvisie, maar wordt volgens beide fracties niet omgezet in heldere keuzes over wat waar wel en niet kan.

Waterschap vanaf het begin aan tafel

Het CDA benadrukt de positie van HHNK als waterautoriteit. Frowijn: “Wie keuzes maakt over de inrichting van Noord-Holland, moet weten wat die betekenen voor het watersysteem. Het waterschap en agrariërs moeten daarom niet achteraf met plannen worden geconfronteerd, maar vanaf het begin als deskundige partners worden betrokken.” Tegelijk mag ‘water en bodem sturend’ volgens het CDA niet alleen beperkingen betekenen: ook woningbouw, economische ontwikkeling en het oplossen van netcongestie vragen om ruimte. Water en bodem moeten daarom zwaar meewegen, maar niet zonder meer leiden tot het uitsluiten van ontwikkelingen die maatschappelijk noodzakelijk zijn. De PvdD gaat daarin een stap verder: ‘water en bodem sturend’ mag volgens de fractie niet alleen een richtinggevend principe zijn, maar moet een harde randvoorwaarde worden voor nieuwe ontwikkelingen. “We verschillen met het CDA in de striktheid, maar het belang onderstrepen we en dat staat nu niet duidelijk genoeg in de visie”, aldus Zoon.

Veenweide: bekijk de effecten in samenhang

De discussie over vernatting van veenweidegebieden laat zien waarom die deskundigheid nodig is. Vernatting kan bodemdaling en CO2-uitstoot afremmen, maar raakt ook waterberging, zoetwaterbeschikbaarheid, verzilting, methaanuitstoot en de agrarische bedrijfsvoering.

Het CDA vindt daarom dat deze effecten in samenhang moeten worden bekeken en dat vernatting niet als vanzelfsprekende oplossing moet worden beschouwd.

De PvdD benadert de veenweideopgave vanuit een natuurinvalshoek, maar onderschrijft dat de effecten zorgvuldig in beeld moeten worden gebracht. De fractie pleit voor herstel van de veenbodem en structureel hogere grondwaterstanden, in combinatie met een aangepast grondgebruik. Natuurorganisaties zijn hiervoor heel belangrijk.

Kaderrichtlijn Water: realisme én resultaat

Ook bij de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) vragen beide fracties nadrukkelijk aandacht voor de kwaliteit van het water. Die moet verbeteren, maar Noord-Holland heeft te maken met historische achtergrondbelasting en andere factoren die slechts beperkt beïnvloedbaar zijn. Het CDA vraagt daarom om realistische en uitvoerbare doelen.

Frowijn: “Ambitieuze doelen zijn belangrijk, maar we moeten ook eerlijk zijn over wat haalbaar is en waar we daadwerkelijk invloed op hebben.”

De PvdD vindt dat de provincie de KRW-doelen niet vrijblijvend mag benaderen. Het ontwerp-omgevingseffectrapport constateert dat geen van de beoordeelde oppervlaktewaterlichamen voldoet aan de normen voor de chemische waterkwaliteit en dat de ecologische toestand op veel plaatsen onvoldoende is. “De slechte toestand van ons oppervlaktewater vraagt niet om nog meer goede voornemens, maar om harde keuzes. Het verslechteringsverbod geldt nu al en na 2027 kunnen we niet gewoon doorgaan met uitstellen”, aldus Zoon.

Beide willen de waterkwaliteit echt verbeteren, maar kiezen een andere route: de PvdD pleit voor harde doelstellingen voor waterkwaliteit, natuur en leefgebied voor dieren, het CDA wil agrariërs vanaf het begin bij de uitwerking betrekken. Beide vinden dat de visie concrete maatregelen moet bevatten.

Agrariërs als gesprekspartner

Beide fracties zien de agrarische sector als belangrijke gesprekspartner bij de verdere uitwerking. Agrariërs kennen de bodem en het gebied uit de dagelijkse praktijk en ondervinden direct de gevolgen van veranderingen in het watersysteem. Over de gewenste ontwikkeling van de landbouw denken zij wel verschillend. Frowijn: “De agrarische sector kent het gebied en het waterschap kent het watersysteem. Als je maatregelen vanaf de tekentafel bedenkt zonder de mensen uit het gebied, verplaats je problemen in plaats van ze op te lossen.”

De PvdD wil een verdergaande verduurzaming van de landbouw en pleit onder meer voor een omslag naar biologische, extensieve en natuurinclusieve landbouw. “Wij willen daarbij vooral dat de koplopers op duurzaamheid en biologische landbouw het uitgangspunt zijn richting de toekomst”, zegt Zoon.

Zoetwater: zuinig zijn en ruimte maken

Beide fracties vragen de provincie ook om de toenemende druk op de zoetwatervoorraad serieus te nemen. Door klimaatverandering, droogte en verzilting kan niet elke watervraag onbeperkt worden gehonoreerd. De PvdD pleit daarbij voor een duidelijke volgorde: eerst watergebruik verminderen, vervolgens gebiedseigen water vasthouden, functies aanpassen en pas daarna extra water aanvoeren.

Eén boodschap vanuit HHNK

“Wij dienen ieder onze eigen zienswijze in en houden onze eigen politieke verantwoordelijkheid. Maar over één ding zijn we het eens: als water en bodem daadwerkelijk sturend moeten zijn, kun je het waterschap als de waterautoriteit niet pas achteraf bij ruimtelijke plannen betrekken. En als je beleid maakt voor het landelijk gebied, kun je de kennis van agrariërs en natuurorganisaties niet negeren”, aldus Frowijn en Zoon.

De CDA- en PvdD-fracties vragen de provincie Noord-Holland om hun zienswijzen mee te nemen bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie.

Archief

error: Helaas pindakaas!